De vragenlijst Burgerschapsgedrag

De vragenlijst Burgerschapsgedrag meet het handelen van leerlingen als burger. De vragenlijst Burgerschapsgedrag kunt u naast de vragenlijst Burgerschapscompetenties leggen. Zo kunt u een vergelijking maken tussen de zelfoordelen van leerlingen over hun burgerschapscompetenties en het oordeel van de docent over hun burgerschapsgedrag.
De vragenlijst wordt door de docent ingevuld. U scoort het burgerschapsgedrag van uw leerlingen op basis van wat er op school wordt waargenomen. Ook deze vragenlijst is gestandaardiseerd; de vragen, evenals de volgorde waarin de vragen worden gesteld, zijn steeds hetzelfde. De afnameduur is ca. 10 minuten per leerling.

De vragen

De vragenlijst voor docenten is net als bij Burgerschapscompetenties opgebouwd rond de vier sociale taken: democratisch handelen, maatschappelijk verantwoord handelen, omgaan met conflicten, en omgaan met verschillen. Aan u wordt gevraagd het handelen van de leerlingen ten aanzien van deze sociale taken te beoordelen. Per taak zijn voorbeelden gekozen van gedrag dat voor docenten waarneembaar is. Het gaat om zowel positieve als negatieve voorbeelden van gedrag. Gevraagd wordt in hoeverre de leerling dit gedrag vertoont.
U kunt kiezen uit de volgende antwoordopties:

  • (vrijwel) nooit
  • meer niet dan wel
  • meer wel dan niet
  • (vrijwel) altijd

De volledige vragenlijst treft u aan in de gebruikershandleiding van Burgerschap Meten. Deze kunt u hier downloaden.