De vragenlijst Burgerschapscompetenties

De vragenlijst Burgerschapscompetenties meet het vermogen van jongeren om adequaat als burger te handelen. De leerling vult zelf de vragenlijst in. De leerling beoordeelt zelf eigen attituden, vaardigheden en reflectie. Voor kennis bevat de vragenlijst een test. De afnametijd van de hele vragenlijst is 35 tot 45 minuten.

De vragen

De vragenlijst voor leerlingen is opgebouwd rond vier sociale taken: democratisch handelen, maatschappelijk verantwoord handelen, omgaan met conflicten, en omgaan met verschillen. Elk van deze taken is in de vier componenten: attitude, vaardigheid, reflectie en kennis uiteengelegd. Elke component wordt bevraagd in de vragenlijst, met een eigen type vraagstelling:

  • attitude: hoe goed past een uitspraak bij jou?
  • vaardigheid: hoe goed ben jij in...?
  • reflectie: hoe vaak denk jij na over ...?
  • kennis: wat weet jij over ...?

De vragen, evenals de volgorde waarin de vragen worden gesteld, zijn voor alle leerlingen hetzelfde. De leerlingen moeten alle vragen beantwoorden.
 

Attitude-, vaardigheid- en reflectievragen
Bij de attitude-, vaardigheid- en reflectievragen kunnen de leerlingen steeds kiezen uit vier antwoordalternatieven (zie onderstaand overzicht). Het gaat hierbij om de zelfoordelen van leerlingen.

 Antwoordalternatieven (minimumscore 1, maximumscore 4)
 AttitudeVaardigheidReflectie
1 =dat past helemaal niet bij mijhelemaal niet goed(bijna) nooit
2 =dat past niet erg bij mijniet zo goedheel af en toe
3 =dat past wel wat bij mijbest wel goedvrij vaak
4 =dat past helemaal bij mijheel goedvaak

Kennisvragen
Bij de kennisvragen gaat het om de juiste keuze uit drie antwoordalternatieven. Per schaal wordt vervolgens een gemiddelde score berekend. Als leerlingen alle kennisvragen van een schaal fout hebben, behalen zij een score van 0%. Wanneer ze alles goed hebben, is de getoonde score in de overzichten 100%.

De volledige vragenlijst treft u aan in de gebruikershandleiding van Burgerschap Meten. Deze kunt u hier downloaden.